Vmbo-t
Het Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs duurt 4 jaar en geeft toegang tot het middelbaar beroepsonderwijs. Het vmbo kent vier leerwegen. Op het Schoter wordt van het vmbo alleen de theoretische leerweg aangeboden. Het vmbo-t is te vergelijken met het vroegere mavo.
Een belangrijk kenmerk van het vmbo is de indeling in sectoren. Na de tweede klas kiezen de leerlingen voor een van de vier sectoren: Techniek, Zorg en Welzijn, Economie of Landbouw. Elk van deze sectoren heeft zijn eigen verplichte en keuzevakken. Omdat een leerling maar maximaal vijf jaar vmbo-t onderwijs mag volgen, streven we er naar dat leerlingen zonder zittenblijven in de examenklas komen.
Onder bepaalde voorwaarden geeft het vmbo-t-diploma recht op toelating tot de havo. Hierover ontvangen de ouders en leerlingen informatie van de decaan en/ of de mentor. In samenwerking met de decaan begeleiden de mentoren het keuzeproces. Tijdens de mentorles besteedt de mentor aandacht aan de oriëntatie op vervolgopleidingen en/of een toekomstig beroep.
Havo
Het havo-diploma geeft toegang tot het hoger beroepsonderwijs (HBO). Om ervoor te zorgen dat de leerlingen zo goed mogelijk een keuze maken voor het juiste profiel en daarmee de juiste vakken, besteden we hier al in de derde klas aandacht aan. Dat doen de mentoren tijdens de mentorles, onder verantwoordelijkheid van de decaan.
Bij de overgang van de basisvorming (eind derde klas) naar de tweede fase (vierde klas) willen we een zo groot mogelijke zekerheid hebben dat de leerlingen over voldoende havo-capaciteiten beschikken. Daartoe wordt hen gaandeweg ook geleerd steeds meer zelfstandig te werken, natuurlijk nog steeds onder (bege)leiding van de docenten.
In het vierde leerjaar kunnen leerlingen proefstuderen bij Hogeschool InHolland. Ook wordt gelegenheid geboden om open dagen bij te wonen van andere HBO-scholen. Tenslotte lopen de leerlingen van 4 havo een stage van twee dagen bij een door hen gekozen bedrijf of instelling.
Atheneum
Leerlingen die op het atheneum komen, volgen een opleiding die hen voorbereidt op het wetenschappelijk onderwijs. Hiervoor moeten de leerlingen veel werk verzetten. Niet alleen dienen ze te beschikken over voldoende kennis, ze moeten ook een groot scala aan vaardigheden beheersen.
De onderlinge band tussen de leerlingen wordt versterkt door een aantal klassenactiviteiten, waarbij naast het groepsproces het aanleren van vaardigheden centraal staat. In de derde klas gaan de atheneumklassen bijvoorbeeld naar een veldstudiecentrum in Orvelte. De loopbaanoriëntatie wordt begeleid door de mentor. Ook doet het Schoter mee aan het aansluitingsprogramma met de Universiteit Leiden. Doel van dit project is dat leerlingen door al zelf te studeren een realistisch beeld krijgen van wat studeren aan een universiteit inhoudt en hen met tenminste één studierichting grondig te laten kennismaken. Tweede- en derdejaars studenten (vaak oud-leerlingen) komen twee maal op school om over studeren te vertellen: van het karakter van bepaalde studierichtingen tot de dagindeling en het budget van de modale student.